Vroegere afbouw Hutberg
| De op de andere kant van het dal Langengrund gelegen mijn was 1978 de laatste in Rümelingen, die de winning stop zette. De winning werd met de toendertijds modernste methoden gedaan. De lidtekens, die de mijnbouw in de natuur achtergelaten heeft, zijn altijd nog duidelijk te zien al veroverd de natuur haar territorium terug. Langs de aangelegde wandelpaden ziet men duidelijk de verschillende fasen der renationalisering van de groeven. |
Steengroeve Intermoselle
| Intermoselle is een 1973 opgerichte fabriek, die klinkers maakt en die een bestanddeel zijn van bouwcement. De op het museum 1,6 km afstand liggende steengroeve van die productie bevind zich op Franse bodem en is met de fabriek door een transportband verbonden. De steengroeve is in de regio bekend door zijn vele fossielen, die men daar vinden kan. De steengroeve is niet toegankelijk en vanaf de straat die er langs loopt krijgt men toch een mooie overzicht van de winning. |
Mijnwerkersmonument « Léiwfrächen »
| « Léiwfrächen » werd 1957 als herinnering voor de vele arbeiders, die in de groeven gestorven zijn gebouwd. De namen van 1475 Luxemburgse mijnbouw slachtoffers, die 1957 bekend waren.staan op grote gietijzeren platen. Vanaf het platform heeft men een blik over het gehele zuiden van het land tot aan de hoofdstad. Naast het monument herinnerd een grot aan een Maria verschijning die hier gedocumenteerd is. |
Stadpark
| Aangelegd werd het park als werkgelegenheid tijdens de crisis van de 20er jaren in 1929. Het bevind zich op het terrein van een vroegere groeve. Naast vele sportinfrastructuren staat het monumentale beeldhouwwerk van de vakbondsleider Jean-Pierre Bausch, gemaakt door de kunstenaar Albert Hames. Het gipsmodel dat hij gebruikte voor de voorbereidingen voor het beeld staat in het museum. |
De wandelwegen en historische wandelweg van Rümelingen
|
De stad Rümelingen heeft drie wandelwegen uitgeschilderd, waarvan een een historische is. Een volgende is in voorbereiding. Voor meer informatie: |
