Nationaal museum van de Luxemburgische ijzerertsmijnen
TwitterFacebook
LOADING
PREV
NEXT
http://www.mnm.lu/modules/mod_image_show_gk4/cache/slideshow.exploitation.mine ca1890gk-is-370.jpg
http://www.mnm.lu/modules/mod_image_show_gk4/cache/slideshow.exploitation.24InterieurMinierePerchesberggk-is-370.jpg
http://www.mnm.lu/modules/mod_image_show_gk4/cache/slideshow.exploitation.25VuePartieSud-EstMinierePerchesberggk-is-370.jpg
http://www.mnm.lu/modules/mod_image_show_gk4/cache/slideshow.exploitation.hadir ca1960gk-is-370.jpg
http://www.mnm.lu/modules/mod_image_show_gk4/cache/slideshow.exploitation.kirchberg ca1910gk-is-370.jpg

De ijzerwinning in Luxemburg

1850-1870 eerste groeven: begin van kleine groeven door lokale grondbezitters en Luxemburgse en Belgische hoogovenheren. Die verwerkingsbedrijven bevinden zich allemaal buiten het ertsbekken in Dommeldange en Steinfort, in Belgie en in de Saar. Het transport werd eerst met karren gedaan daarna met de nieuw aangelegde treinstrekken.

1870-1914 Opbouw van een belangrijk industriegebied: hoogovens worden in het ertsgebied zelf opgezet. mijnen en fabrieken worden steeds groter en steeds internationaler. Door investeerders (uit Belgie, Duitsland hoofdzakelijk ) en de werknemers (uit Italie en Duitsland) werknemersrecord im mijnbouw in het Jaar 1906: 6875 mijnwerkers. 1913 telde Luxemburg tot de 10 wereldwijd grootste producenten van onbewerkt ijzer en ijzererts.

1914-1948 crisis en heropbouw: Duitse firma's trekken zich na de oorlog terug en worden door Belgisch-Luxemburgs (ARBED 1911), Frans (HADIR 1920) en Belgisch (MMR 1935) kapitaal vervangen. Twee wereldoorlogen de crisis van 1920 1921 en die 1929 bewerkten het faillissement van kleinere firma's en massa ontslagen.
Die sloten zich tot vakbonden samen en organiseerden demonstraties en stakingen die tot tariefverhandelingen in 1939 voerden.

1948-1965 bovengrondse groeven en moderniseringen: machines worden in de ondergrondse mijnen ingevoerd. Steeds meer en steeds groter wordende bovengrondse groeven vervangen het ondergrondse onrendabele winnen van ijzer. Het hoogste record van productie in het jaar 1957: 7,9 miljoen ton ijzererts.

1965-1981 Eerst mijnbouw en dan ijzer- en staalcrisis: sluiting van onrendabele mijnen, terwijl de hoogovens zich uit het buitenland geïmporteerde en veel goedkopere ijzererts omstellen. Die staalcrisis (1975) treft ook de fabrieken en voert er uiteindelijk aan toe dat ook de laatste overgebleven groeven stil gelegd worden (Thillenberg, Differdange, 1981). De staat redt de staalgroep ARBED, die zijn productie omsteld als de laatste mijn sluit (Terres-Rouges, Audun-le-Tiche, 1997).